Onderzoek

Er is veel onderzoek uitgevoerd naar bewegen bij ouderen. In onderste opsomming vindt u een aantal bevindingen uit verschillende onderzoeken die u kunt gebruiken bij het onderbouwen van uw plannen bij bewegingsstimulering voor 55-plussers.

  • De universiteiten van Amsterdam (VU), Maastricht (UM), Groningen (RUG), Utrecht (UU), het RIVM, TNO en NOC*NSF hebben in 1998 in onderlinge samenwerking normen voor gezond bewegen vastgesteld, bekend als de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). De normen zijn grotendeels gebaseerd op internationale richtlijnen.
  • Kijkers van NIB-tv geven aan meer te zijn gaan bewegen dan niet-kijkers. Zowel bij kijkers als bij niet-kijkers is een toename in vitaliteit, mentale gezondheid, gedrag en kennis van bewegen zichtbaar. [Borghouts & Hopman-Rock, 2001]
  • Speelplekken voor ouderen Wat maakt dat sommige ouderen blijven bewegen en hoe kan voorkomen worden dat zij stoppen met bewegingsprogramma s? En is een openbare speelplaats geschikt voor beweegactiviteiten met ouderen? Om die vragen te kunnen beantwoorden volgde TNO tien weken lang een groep ouderen die in een openbare Rotterdamse speeltuin aan de slag gingen met een intensief trainingsprogramma.
  • Meer Bewegen voor Ouderen (MBvO) 1x per week: na 10 weken geen effecten op subjectieve gezondheid en kwaliteit van leven, slechts enkele effecten op fysieke fitheid en zelfredzaamheid; MBvO 2x per week: klein positief effect op drie fitheidsmaten en kwaliteit van leven bij de van tevoren minst actieve ouderen; relatief meer individuele vooruitgang in fitheid bij relatief oudere ouderen (75+) en personen met chronische aandoeningen. [Hopman-Rock & De Greef, 2002]
  • Het Groninger Actief Leven Model (GALM) leidt tot een meer lichamelijk actieve leefstijl; het totale energieverbruik van GALM-deelnemers neemt tijdens sport- en beweegactiviteiten toe. Na 6 maanden: positieve effecten op slaapgedrag, diastolische bloeddruk, knijpkracht en ervaren fitheid. Duidelijk is dat deelnemers met de grootste toename in energieverbruik meer vooruitgaan op fitheidsmaten dan deelnemers met een kleinere toename in energieverbruik. [GALM, 2004]
  • Het bereiken van ouderen Actieve ouderen zijn via veel meer kanalen te bereiken, zoals via ouderenbonden, seniorenraden, gezondheidszorg- en welzijnsinstellingen, (allochtone) zelforganisaties, vrijwilligersorganisaties, internet, media, kerk en moskee [NIGZ, 2004f]. Verder is persoonlijk contact met ouderen van invloed op de deelname aan projecten.
  • Beweeggedrag: positieve effecten van gedragsbeïnvloeding zijn het grootst als het gedrag op jonge leeftijd wordt aangepast, maar ook bij ouderen leveren gedragsveranderingen nog gezondheidswinst op. Meer bewegen op oudere leeftijd heeft ook positieve effecten op de gezondheid van ouderen [Van Oers, 2002]
  • Valpreventie: Woon Wijs Voorkom Vallen, procesevaluatie van een valpreventieprogramma [W.C. Graafmans, 2004]